Geheime coderingen van het Indonesisch revolutie geld – ORI (Oeang Republik Indonesia) 1945-1948

Rob Huisman

Inleiding

Ter voorbereiding op de capitulatie van het Japanse leger in Nederlands-Indië, had de Nederlands-Indische regering in ballingschap al in 1943 per Koninklijk besluit toestemming gekregen om nieuw papiergeld te maken. Dit nieuwe geld, kortweg NICA (Netherlands Indies Civil Administration) geld geheten werd in de Verenigde Staten gedrukt en vervolgens in Australië opgeslagen tot het na de Tweede Wereldoorlog in omloop kon worden gebracht om de Nederlandse autoriteit te helpen zich opnieuw in Nederlands-Indië te vestigen. Door de Indonesiers werd het geld het Rode Geld (Uang Merah) genoemd.

De daadwerkelijke introductie van het NICA geld heeft vele politieke en praktische problemen gekend. Ruim een jaar voor de Japanse capitulatie en voor het einde van WO II werd het geld al in omloop gebracht in het onbezet gebleven Zuid Nieuw Guinea, vervolgens in Noord Nieuw Guinea en daarna in de bevrijde gebieden; die delen van Nederlands-Indië welke weer (tijdelijk) volledig onder Nederlands gezag kwamen.

Op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse overgave, riep Soekarno de onafhankelijkheid uit van de Republiek Indonesië. Ook de Republikeinse regering van Soekarno en Hatta hadden een plan om zo spoedig mogelijk eigen papiergeld in omloop te brengen om zo de revolutionaire gedachten praktisch te ondersteunen. De introductie van het Witte Geld (Uang Putih) ofwel ORI (Oeang Republik Indonesia) werd een belangrijk obstakel bij de introductie van het NICA geld. Grofweg ontstond er een driedeling in Nederlands-Indië; één deel onder Nederlandse controle waar het NICA geld in omloop werd gebracht, één Republikeins deel waar het ORI geld beschikbaar kwam en een derde deel dat onder invloed stond van de Republikeinse beweging, maar waar om praktische redenen (lees: door logistieke problemen) geen ORI geld kon worden ingevoerd, waardoor er door locale en regionale instanties en bedrijven eigen papiergeld in omloop werd gebracht.

De Repulikeinse regering heeft in de periode 1946-1948 vier emissies papiergeld uitgebracht (ORI I – 17 oktober 1945, ORI II – 1 januari 1947, ORI III – 26 juli 1947 en ORI IV- 23 augustus 1948). De eerste druk (ca. 3 kubieke meter), waarvan met de produktie reeds eind 1945 was begonnen, werd midden januari 1946 door de gealiëerden (i.c. de Engelsen) in beslag genomen. Het herdrukken werd vervolgens bij drukkerij Kolff in Djogjakarta gedaan en uiteindelijk werd het eerste ORI papiergeld in oktober 1946 in omloop gebracht nadat er een uitgebreide campagne aan vooraf gegaan was. Dit betrof onder meer de publicatie in de Republikeinse krant Merdeka op 26 oktober 1946 en de verspreiding van pamfletten met informatie over de komende introductie (zie afbeelding 1). Er wordt aangenomen dat de oorspronkelijk in beslag genomen partij later alsnog in omloop is gebracht.

De omstandigheden waaronder het ORI geld tot stand kwam, waren meestal slecht. Voor papiergeldverzamelaars zijn de ORI biljetten vaak niet de meest aantrekkelijke verzamelobjecten. De kwaliteit van het papier, het drukwerk, de onderlinge verschillen in kwaliteit, kleur, en afwerking maken de ORI biljetten tot een miskend en onbemind verzamelgebied. Wanneer men zich echter verder verdiept in deze interessante periode in de koloniale geschiedenis van Nederland en de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, gaat er een wereld open van ontdekkingen en verrassingen.

Verzamelaars zullen met enige regelmaat ORI biljetten in hun handen hebben gehad en daarmee ook hebben kunnen constateren dat ORI biljetten een verscheidenheid aan serienummerconstructies hebben. Sommige biljetten, met name de lagere waardes, hebben vaak geen of heel eenvoudige serienummers, soms uitsluitend bestaande uit enkele letters. De hogere waardes hebben vaak 5 of 6 cijfers in combinatie met enkele letters.

Het feit dat de kwaliteit van de ORI biljetten nogal te wensen over liet, heeft ook destijds al geleid tot de conclusie dat vervalsen relatief eenvoudig was. Aangezien vervalsingen een serieuze bedreiging vormde voor de geloofwaardigheid van het ORI geld, werd door de republikeinse financiële overheid een oplossing gezocht om vervalsingen tegen te gaan. Een van de maatregelen was het aanbrengen van een geheime codering in het serienummer, waardoor officiële instanties snel in staat waren om valse biljetten te herkennen.

 pamphlet

Afbeelding 1; pamflet ter aankondiging van nieuw ORI papiergeld

 Jarenlang verzamelen, veel verschillende varianten van ORI biljetten, veel contacten met medeverzamelaars en vele uren studeren leiden er uiteindelijk toe dat er bepaalde patronen in serienummers kunnen worden herkend. Veel dank ben ik verschuldigd aan Uno en Adi Pratomo voor het wijzen in de goede richting en aan Hans van Weeren die mijn enthousiasme voor het verzamelen van Nederlands-Indisch- en Indonesisch papiergeld steeds weer stimuleert.

 Hieronder is een overzicht opgenomen van alle in omloop gebrachte ORI biljetten die voorzien werden van enige vorm van serie-aanduiding. Een aantal biljetten heeft serienummers die diverse verschillen hebben in het serienummer. Dit betreft verschillende lettertypes (met en zonder schreef, normaal of vet gedrukt), verschillen in lettergrootte (hoogte en breedte) en combinaties van hoofdletters en kleine letters. Op dit moment zijn deze verschillen niet benoemd als varianten omdat het aantal en de achtergrond van deze verschillen nog niet geheel duidelijk zijn. Meer onderzoek en meer materiaal zijn nodig om hierover duidelijkheid te krijgen en vervolgens conclusies te trekken.

Onderstaand overzicht met conclusies en aannames is (hoewel gebaseerd op een unieke hoeveelheid materiaal en onderzoek) slechts een tussenstand. Nadere informatie, verder onderzoek en nieuw materiaal kunnen wellicht tot nieuwe inzichten leiden.

Emissie Oeang Republik Indonesia I (ORI I) (White money or Uang Putih), Jakarta, 17 oktober 1945, A.A. Maramis

½ Rupiah, 17 oktober 1945 (KUKI H-193, Pick 16)

De serie-aanduiding van dit biljet bestaat uit zes cijfers en twee letters. Het getal van zes cijfers komt voor met het eerste cijfer 0, 1, 2, 3 of 4.

De twee letters zijn altijd hoofdletters. De eerste letter is een L, M, N, P, R, S of T.

De tweede letter is een P, R, T, U, V ,W of X.

1 Rupiah, 17 oktober 1945 (KUKI H-194, Pick 17)

Dit biljet komt voor met twee verschillende serie-aanduidingen. De ene aanduiding bestaat slechts uit twee (hoofd)letters. De andere is opgebouwd uit 6 cijfers en twee letters, waarbij de letters voorkomen in combinaties van twee hoofdletters of één hoofdletter en één kleine letter.

De serie aanduiding met 6 cijfers en twee letters bevat een vast patroon waarbij er een relatie is tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:

Het eerste cijfer 0 correspondeert met de eerste letter X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T,  4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

rupiaha

rup

Afbeelding 2; de twee varianten van de serie-aanduiding

5 Rupiah, 17 oktober 1945 (KUKI H-195, Pick 18)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee varianten. Zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant zijn de twee letters altijd hoofdletters. Bij de tweede variant met drie letters is de eerste altijd een hoofdletter, de tweede en derde altijd een kleine letter.

Beide serie-aanduiding varianten bevatten een vast patroon waarbij er een relatie is tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:

0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

10 Rupiah, 17 oktober 1945 (KUKI H-196, Pick 19)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee varianten: zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant is de eerste letter altijd een hoofdletter en de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter. Bij de tweede variant met drie letters zijn de eerste twee letters altijd een hoofdletter en de derde letter altijd een kleine letter. Deze derde letter is altijd dezelfde letter als de tweede letter.

Beide serie-aanduiding varianten bevatten een vast patroon waarbij er een relatie is tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:

0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

100 Rupiah, 17 oktober 1945 (KUKI H-197, Pick 20)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 5 cijfers en twee (hoofd)letters. Het serienummer bevat een vaste relatie tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:

0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

Emissie ORI II – Jogjakarta, 1 januari 1947, Sjafruddin Prawiranegara

5 Rupiah, 1 januari 1947 (KUKI H-198, Pick 21)

De serie-aanduiding van dit biljet bestaat uit twee varianten. Zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant is de eerste letter altijd een hoofdletter en de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter. Bij de tweede variant met drie letters is de eerste letter altijd een hoofdletter, de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter en de derde letter altijd een kleine letter.

Beide serie-aanduiding varianten bevatten een vast patroon waarbij er een relatie is tussen de eerste letter en het eerste cijfer, als volgt:

0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

10 Rupiah, 1 Januari 1947 (KUKI H-199, Pick 22)

De serie-aanduiding van dit biljet bestaat uit twee varianten. Zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant is de eerste letter altijd een hoofdletter en de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter. Bij de tweede variant met drie letters zijn de eerste twee letters altijd een hoofdletter en de derde letter altijd een kleine letter. Deze derde letter is altijd dezelfde letter als de tweede letter.

De serie aanduiding bevat een vast patroon waarbij er een relatie is tussen de eerste letter en het eerste cijfer, als volgt:

0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

25 Rupiah, 1 januari 1947 (KUKI H-200, Pick 23)

Het serienummer van dit biljet heeft zes cijfers en twee letters. De eerste letter is altijd een hoofdletter, de tweede letter is een hoofdletter of een kleine letter.

Het serienummer bevat een vaste relatie tussen de eerste letter en het eerste cijfer, als volgt:

0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

25rupiah

Afbeelding 3; 25 Rupiah, 1 januari 1947

100 Rupiah, 1 januari 1947 (KUKI H-201, Pick 24)

Het serienummer van dit biljet heeft zes cijfers en twee letters. Het eerste cijfer is altijd een 0 (nul). De eerste letter is altijd een hoofdletter, de tweede letter is een hoofdletter of een kleine letter.

De serie aanduiding bevat een vast patroon waarbij er een relatie is tussen het tweede cijfer en de eerste letter, als volgt:

0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

Emissie ORI III – Jogjakarta, 26 juli 1947, A.A. Maramis

½ Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI H-202, Pick 25)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee hoofdletters.

De volgende lettercombinaties zijn bekend:

AD, AL, AN, AT, DA, KE, UL

2½ Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI H-203, Pick 26)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee hoofdletters.

De volgende lettercombinaties zijn bekend:

AN, AT, BL, DA, DI, DJ, ER, GA, IK, IN, KE, NE, PU, RA, RE, RI, SA, TU

2 1-2 rupiah

Afbeelding 4; 2½ Rupiah, 26 juli 1947

 25 Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI H-204, Pick 27)

Dit biljet heeft een vast serienummer dat is meegedrukt in de normale drukgang.

Het serienummer is altijd SDX1

50 Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI H-205, Pick 28)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en 2 (hoofd)letters.

De geheime codering van dit biljet is de vaste relatie tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:

0 = L, 1 = M, 2 = H, 3 = S, 4 = I, 5 = A, 6 = onbekend, 7 = D, 8 = R, 9 = K

Door deze methodiek zijn de cijfers van dit serienummer op zichzelf uniek en kan met zekerheid worden aangenomen dat de oplage van dit biljet maximaal 999.999 is geweest.

50rup

Afbeelding 5; 50 Rupiah, 26 juli 1947

100 Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI H-206, Pick 29)

Dit biljet heeft een vast serienummer dat is meegedrukt in de normale drukgang.

Het serienummer is altijd SDA1

100 Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI H-207, Pick 29A)

De geheime codering in de letters van het serienummer is als volgt opgebouwd:

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en vier letters (twee keer twee). Het eerste cijfer is altijd “0”.

Eerste letter:

Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er waren dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.

Uitgangspunt voor de codering is de omschrijving van de waarde van het biljet en het thema: SERATUS TEMBAKAUAN (Honderd Tabak)

Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: SERATUMBKN

Serienummerreeksen met eerste letter:

000001 – 009999 = S, 010000 – 019999 = E, 020000 – 029999 = R, 030000 – 039999 = A, 040000 – 049999 = T, 050000 – 059999 = U, 060000 – 069999 = M, 070000 – 079999 =B, 080000 – 089999 = K, 090000 – 099999 = N

Tweede en vierde letter:

De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.

Verder wordt de letter “Q” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “QP” en “RQ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “RP” gebruikt.

Derde letter:

De derde letter heeft een vaste en unieke combinatie met de eerste letter, als volgt:

1ste letter         3de letter

S                     W

E                     D

R                     P         

A                     B, S

T                     Y

U                     X

M                    C, M, O

B                     U

K                     N

N                     G

Door de toepassing van bovenstaande methodiek kan met zekerheid worden aangenomen dat alleen al de cijfers in het serienummer uniek zijn en er dus maximaal 99.999 biljetten zijn uitgegeven.

250 Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI H-208, Pick 30)

De geheime codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en twee letters.

Voor zover bekend zijn er maximaal 99.999 biljetten uitgegeven; het eerste cijfer is altijd “0”.

Eerste letter:

Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er zijn dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.

Uitgangspunt voor de codering is de waarde van het biljet: DUA RATUS LIMA PULUH  (Tweehonderdvijftig). Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: DUARTSLIMP

Serienummerreeksen met eerste letter:

000001 – 009999 = D, 010000 – 019999 = U, 020000 – 029999 = A, 030000 – 039999 = R,

040000 – 049999 = T, 050000 – 059999 = S, 060000 – 069999 = L, 070000 – 079999=  I, 080000 – 089999 = M, 090000 – 099999 = P

Er zijn enkele uitzonderingen bekend op bovengenoemde codering. Dit betreft een aantal biljetten dat onder bijzondere en primitieve omstandigheden handmatig met een type-machine is voorzien van een afwijkende nummering (bijv 036137 SQ).

Emissie ORI IV –Jogjakarta, 23 augustus 1948, Drs. Mohammed Hatta

40 Rupiah, 23 augustus 1948 (KUKI H-209, Pick 33)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 4 (2 x 2) letters.

Van links naar rechts gelezen zijn de volgende letter combinaties bekend:

AA PZ, AC PB, AG PF, AI UH, AL UK, AN UM, MB RA, MD RC, MF RE, MH RG, MK TI, MM TL, PP SO, PU SH, PW SV

De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is, dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.

40rup

Afbeelding 6; 40 Rupiah, 23 augustus 1948

75 Rupiah, 23 augustus 1948 (KUKI H210, Pick 33A)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 5 of 6 cijfers en twee letters.

De codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:

De eerste biljetten (met 5 cijfers) hebben de letters “MM”. Vanaf nummer 48587 (of eerder, maar niet lager dan nummer 29603) wordt de tweede letter een “A”. Vervolgens loopt de eerste letter alfabetisch op van “M” naar “N”, vervolgens naar “P” etc., etc.

In lijn daarmee loopt de tweede letter ook alfabetisch op van “A” naar “B”, “C”, “D” etc., etc.

Hierdoor ontstaan de letter combinaties: MM, MA, NB, OC, PD, QE, RF, SG, TH, UI

De overgang van 5 naar 6 cijfers vindt plaats in de “PD” letter combinatie. 193218 UI is het hoogste nummer dat bekend is. Het kan niet worden uitgesloten dat er nog meer letter-combinaties in omloop zijn gebracht zoals VJ, WK maar deze zijn tot op heden niet bekend.

Aangezien de cijfers in het serienummer alleen al uniek zijn, kan met zekerheid worden aangenomen dat er maximaal 199.999 biljetten zijn uitgegeven.

75rup

Afbeelding 7; 75 Rupiah, 23 augustus 1948

100 Rupiah, 23 augustus 1948 (KUKI H-211, Pick 34)

De geheime codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en vier letters (twee keer twee). ; het eerste cijfer is altijd “0”.

Eerste letter:

Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er waren dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.

Uitgangspunt voor de codering is de omschrijving van de waarde van het biljet en het thema: SERATUS TEMBAKAUAN (Honderd Tabak)

Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: SERATUMBKN

Serienummerreeksen met eerste letter:

000001 – 009999 = S, 010000 – 019999 = E, 020000 – 029999 = R, 030000 – 039999 = A,

040000 – 049999 = T, 050000 – 059999 = U, 060000 – 069999 = M, 070000 – 079999 = B,

080000 – 089999 = K, 090000 – 099999 = N

Tweede en vierde letter:

De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is, dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.

Derde letter:

De derde letter heeft een vaste en unieke combinatie met de eerste letter, als volgt:

1ste letter         3de letter

S                     W

E                     D

R                     P         

A                     B, S

T                     Y

U                     X

M                    C, M, O

B                     U

K                     N

N                     G

Door de toepassing van bovenstaande methodiek kan met zekerheid worden aangenomen dat alleen al de cijfers in het serienummer uniek zijn en er dus maximaal 99.999 biljetten zijn uitgegeven.

400 Rupiah, 23 augustus 1948 (KUKI H-212, Pick 35)

Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en vier letters (twee keer twee). Het eerste cijfer is altijd “0”.

De geheime codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:

Eerste letter:

Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er waren dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.

Uitgangspunt voor de codering is de omschrijving van de waarde van het biljet en het thema: AMPAT RATUS TEBUAN (Vier Honderd Suikerriet)

Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: AMPTRUSEBN

Serienummerreeksen met eerste letter:

000001 – 009999 = A, 010000 – 019999 = M, 020000 – 029999 = P, 030000 – 039999 = T, 040000 – 049999 = R, 050000 – 059999 = U, 060000 – 069999 = S, 070000 – 079999 = E, 080000 – 089999 = B, 090000 – 099999 =N

Er zijn enkele authentieke biljetten bekend binnen de reeks 090000 – 099999 met de letter M.

Tweede en vierde letter:

De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.

Derde letter:

De derde letter heeft een vaste en unieke combinatie met de eerste letter, als volgt:

1ste letter         3de letter

A                     W

M                    F

P                     P         

T                     B, S

R                     Y

U                     E**

S                     C

E                     L, U

B                     N, V, Z

N                     G

** De letter ‘E’ komt voor op een aantal authentieke biljetten dat onder bijzondere en primitieve omstandigheden handmatig met een type-machine is voorzien van een afwijkende nummering (bijv. 055905 UL EK).

Door de toepassing van bovenstaande methodiek kan met zekerheid worden aangenomen dat alleen al de cijfers in het serienummer uniek zijn en er dus maximaal 99.999 biljetten zijn uitgegeven.

Van dit type biljet komen grote hoeveelheden vervalsingen voor. Veelal betreft dit de lettercombinaties die niet in de bovenstaande systematiek vallen zoals: BK NI, EK MD,  MD FC, UL FS en UL NR

400 rup

Afbeelding 8; 400 Rupiah, 23 augustus 1948 (vervalsing)

================

bronvermelding:

Collectplaza International Auctions, catalogi van mei 2005,november 2005 en mei 2006

Java auction, catalogi van 2 oktober 2005 en 5 augustus 2006

Banknotes and Coins from Indonesia 1945-1990, Yayasan Serangan Umum 1 Maret 1949 & Perum Peruri Jakarta

Standard Catalog of World Paper Money, general issues, seventh edition, volume two by Albert Pick (Pick)

Katalog Uang Kertas Indonesia 1782-1996, Sugiana Handjaja, 1996 issue (KUKI)

Political Dimensions of the currency question 1945-1947 by Robert Cribb