Geheime coderingen van het
Indonesisch revolutie geld – ORI (Oeang Republik Indonesia) 1945-1948
Rob Huisman
Inleiding
Ter voorbereiding op de capitulatie van het Japanse leger in Nederlands-Indië, had de Nederlands-Indische regering in ballingschap al in 1943 per Koninklijk besluit toestemming gekregen om nieuw papiergeld te maken. Dit nieuwe geld, kortweg NICA (Netherlands Indies Civil Administration) geld geheten werd in de Verenigde Staten gedrukt en vervolgens in Australië opgeslagen tot het na de Tweede Wereldoorlog in omloop kon worden gebracht om de Nederlandse autoriteit te helpen zich opnieuw in Nederlands-Indië te vestigen. Door de Indonesiers werd het geld het Rode Geld (Uang Merah) genoemd.
De Repulikeinse regering heeft in de periode 1946-1948 vier emissies papiergeld uitgebracht (ORI I – 17 oktober 1945, ORI II – 1 januari 1947, ORI III – 26 juli 1947 en ORI IV- 23 augustus 1948). De eerste druk (ca. 3 kubieke meter), waarvan met de produktie reeds eind 1945 was begonnen, werd midden januari 1946 door de gealiëerden (i.c. de Engelsen) in beslag genomen. Het herdrukken werd vervolgens bij drukkerij Kolff in Djogjakarta gedaan en uiteindelijk werd het eerste ORI papiergeld in oktober 1946 in omloop gebracht nadat er een uitgebreide campagne aan vooraf gegaan was. Dit betrof onder meer de publicatie in de Republikeinse krant Merdeka op 26 oktober 1946 en de verspreiding van pamfletten met informatie over de komende introductie (zie afbeelding 1). Er wordt aangenomen dat de oorspronkelijk in beslag genomen partij later alsnog in omloop is gebracht.
De omstandigheden waaronder het ORI geld tot stand kwam, waren meestal slecht. Voor papiergeldverzamelaars zijn de ORI biljetten vaak niet de meest aantrekkelijke verzamelobjecten. De kwaliteit van het papier, het drukwerk, de onderlinge verschillen in kwaliteit, kleur, en afwerking maken de ORI biljetten tot een miskend en onbemind verzamelgebied. Wanneer men zich echter verder verdiept in deze interessante periode in de koloniale geschiedenis van Nederland en de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, gaat er een wereld open van ontdekkingen en verrassingen.
Verzamelaars zullen met enige regelmaat ORI biljetten in hun handen hebben gehad en daarmee ook hebben kunnen constateren dat ORI biljetten een verscheidenheid aan serienummerconstructies hebben. Sommige biljetten, met name de lagere waardes, hebben vaak geen of heel eenvoudige serienummers, soms uitsluitend bestaande uit enkele letters. De hogere waardes hebben vaak 5 of 6 cijfers in combinatie met enkele letters.
Het feit dat de kwaliteit van de ORI biljetten nogal te wensen over liet, heeft ook destijds al geleid tot de conclusie dat vervalsen relatief eenvoudig was. Aangezien vervalsingen een serieuze bedreiging vormde voor de geloofwaardigheid van het ORI geld, werd door de republikeinse financiële overheid een oplossing gezocht om vervalsingen tegen te gaan. Een van de maatregelen was het aanbrengen van een geheime codering in het serienummer, waardoor officiële instanties snel in staat waren om valse biljetten te herkennen.

Afbeelding
1; pamflet ter aankondiging van nieuw ORI papiergeld
Onderstaand overzicht met conclusies en aannames is (hoewel gebaseerd op een unieke hoeveelheid materiaal en onderzoek) slechts een tussenstand. Nadere informatie, verder onderzoek en nieuw materiaal kunnen wellicht tot nieuwe inzichten leiden.
½ Rupiah, 17
oktober
1945 (KUKI H-193, Pick 16)
De serie-aanduiding van dit biljet bestaat uit zes cijfers en twee letters. Het getal van zes cijfers komt voor met het eerste cijfer 0, 1, 2, 3 of 4.
De twee letters zijn altijd hoofdletters. De eerste letter is een L, M, N, P, R, S of T.
De tweede letter is een P, R, T, U, V ,W of X.
1 Rupiah, 17
oktober
1945 (KUKI H-194, Pick 17)
Dit biljet komt voor met twee
verschillende
serie-aanduidingen. De ene aanduiding bestaat slechts uit twee
(hoofd)letters.
De andere is opgebouwd uit 6 cijfers en twee letters, waarbij de
letters
voorkomen in combinaties van twee hoofdletters of één hoofdletter en
één kleine
letter.
Het eerste cijfer 0 correspondeert met de eerste letter X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q


Afbeelding
2; de twee varianten van de serie-aanduiding
5 Rupiah, 17
oktober
1945 (KUKI H-195, Pick 18)
Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee varianten. Zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant zijn de twee letters altijd hoofdletters. Bij de tweede variant met drie letters is de eerste altijd een hoofdletter, de tweede en derde altijd een kleine letter.
Beide serie-aanduiding varianten bevatten een vast patroon waarbij er een relatie is tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:
0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q
10 Rupiah,
17 oktober
1945 (KUKI H-196, Pick 19)
Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee varianten: zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant is de eerste letter altijd een hoofdletter en de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter. Bij de tweede variant met drie letters zijn de eerste twee letters altijd een hoofdletter en de derde letter altijd een kleine letter. Deze derde letter is altijd dezelfde letter als de tweede letter.
0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q
Het serienummer van dit biljet bestaat uit 5 cijfers en twee (hoofd)letters. Het serienummer bevat een vaste relatie tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:
0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q
Emissie
ORI II –
Jogjakarta, 1 januari 1947, Sjafruddin Prawiranegara
5 Rupiah, 1 januari 1947 (KUKI
H-198, Pick 21)
De serie-aanduiding van dit biljet bestaat uit twee varianten. Zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant is de eerste letter altijd een hoofdletter en de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter. Bij de tweede variant met drie letters is de eerste letter altijd een hoofdletter, de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter en de derde letter altijd een kleine letter.
Beide serie-aanduiding varianten bevatten een vast patroon waarbij er een relatie is tussen de eerste letter en het eerste cijfer, als volgt:
0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q
10 Rupiah, 1 Januari 1947 (KUKI
H-199, Pick 22)
De serie-aanduiding van dit biljet bestaat uit twee varianten. Zes cijfers met twee letters of zes cijfers met drie letters. Bij de eerste variant is de eerste letter altijd een hoofdletter en de tweede letter een hoofdletter of een kleine letter. Bij de tweede variant met drie letters zijn de eerste twee letters altijd een hoofdletter en de derde letter altijd een kleine letter. Deze derde letter is altijd dezelfde letter als de tweede letter.
De serie aanduiding bevat een vast patroon waarbij er een relatie is tussen de eerste letter en het eerste cijfer, als volgt:
0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q
25 Rupiah, 1 januari 1947 (KUKI
H-200, Pick 23)
Het serienummer van dit biljet heeft zes cijfers en twee letters. De eerste letter is altijd een hoofdletter, de tweede letter is een hoofdletter of een kleine letter.
Het serienummer bevat een vaste relatie tussen de eerste letter en het eerste cijfer, als volgt:
0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q

Afbeelding
3; 25 Rupiah, 1 januari 1947
100 Rupiah,
1 januari
1947 (KUKI H-201, Pick 24)
Het serienummer van dit biljet heeft zes cijfers en twee letters. Het eerste cijfer is altijd een 0 (nul). De eerste letter is altijd een hoofdletter, de tweede letter is een hoofdletter of een kleine letter.
De serie aanduiding bevat een vast patroon waarbij er een relatie is tussen het tweede cijfer en de eerste letter, als volgt:
0 = X, 1 = D/E/F, 2 = K/L/M, 3 = R/S/T, 4 = Z, 5 = A/B/C, 6 = G/H/I, 7 = N/O/P, 8 = U/V/W, 9 = Y, niet gebruikt = J/Q
Emissie
ORI III –
Jogjakarta, 26 juli 1947, A.A. Maramis
½ Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI
H-202, Pick 25)
Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee hoofdletters.
De volgende lettercombinaties zijn bekend:
AD,
2½ Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI
H-203, Pick 26)
Het serienummer van dit biljet bestaat uit twee hoofdletters.
De volgende lettercombinaties zijn bekend:
AN, AT, BL, DA, DI, DJ, ER, GA, IK, IN, KE, NE, PU, RA, RE, RI, SA, TU

Afbeelding 4; 2½ Rupiah, 26 juli 1947
Dit biljet heeft een vast serienummer dat is meegedrukt in de normale drukgang.
Het serienummer is altijd SDX1
50 Rupiah,
26 juli
1947 (KUKI H-205, Pick 28)
Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en 2 (hoofd)letters.
De geheime codering van dit biljet is de vaste relatie tussen het eerste cijfer en de eerste letter, als volgt:
0
= L, 1 =
M, 2 = H, 3 = S, 4 = I, 5 = A, 6 = onbekend, 7 = D, 8 = R, 9 = K
Door deze methodiek zijn de cijfers van dit serienummer op zichzelf uniek en kan met zekerheid worden aangenomen dat de oplage van dit biljet maximaal 999.999 is geweest.

Afbeelding 5; 50 Rupiah, 26 juli 1947
100 Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI
H-206, Pick 29)
Dit biljet heeft een vast serienummer dat is meegedrukt in de normale drukgang.
Het serienummer is altijd SDA1
100 Rupiah,
26 juli
1947 (KUKI H-207, Pick 29A)
De geheime codering in de letters van het serienummer is als volgt opgebouwd:
Het serienummer van dit biljet
bestaat uit 6 cijfers en vier
letters (twee keer twee). Het eerste cijfer is altijd “0”.
Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er waren dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.
Uitgangspunt voor de codering is de omschrijving van de waarde van het biljet en het thema: SERATUS TEMBAKAUAN (Honderd Tabak)
Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: SERATUMBKN
Serienummerreeksen met eerste letter:
000001 – 009999 = S, 010000 – 019999 = E, 020000 – 029999 = R, 030000 – 039999 = A, 040000 – 049999 = T, 050000 – 059999 = U, 060000 – 069999 = M, 070000 – 079999 =B, 080000 – 089999 = K, 090000 – 099999 = N
Tweede en vierde letter:
De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.
Verder wordt de letter “Q” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “QP” en “RQ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “RP” gebruikt.
Derde letter:
De derde letter heeft een vaste en
unieke combinatie met de
eerste letter, als volgt:
1ste letter 3de letter
S W
E
D
R
P
A
B, S
T
Y
U
X
M C, M, O
B U
K N
N G
Door de toepassing van bovenstaande methodiek kan met zekerheid worden aangenomen dat alleen al de cijfers in het serienummer uniek zijn en er dus maximaal 99.999 biljetten zijn uitgegeven.
250 Rupiah, 26 juli 1947 (KUKI
H-208, Pick 30)
De geheime codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:
Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en twee letters.
Voor zover bekend zijn er maximaal 99.999 biljetten uitgegeven; het eerste cijfer is altijd “0”.
Eerste letter:
Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er zijn dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.
Uitgangspunt voor de codering is de waarde van het biljet: DUA RATUS LIMA PULUH (Tweehonderdvijftig). Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: DUARTSLIMP
Serienummerreeksen met eerste letter:
000001 – 009999 = D, 010000 – 019999 = U, 020000 – 029999 = A, 030000 – 039999 = R,
040000 – 049999 = T, 050000 – 059999 = S, 060000 – 069999 = L, 070000 – 079999= I, 080000 – 089999 = M, 090000 – 099999 = P
Er zijn enkele uitzonderingen bekend op bovengenoemde codering. Dit betreft een aantal biljetten dat onder bijzondere en primitieve omstandigheden handmatig met een type-machine is voorzien van een afwijkende nummering (bijv 036137 SQ).
Emissie
ORI IV
–Jogjakarta, 23 augustus 1948, Drs. Mohammed Hatta
40 Rupiah,
23
augustus 1948 (KUKI H-209, Pick 33)
Het serienummer van dit biljet bestaat uit 4 (2 x 2) letters.
Van links naar rechts gelezen zijn de volgende letter combinaties bekend:
AA PZ, AC PB, AG PF, AI UH, AL UK, AN UM, MB RA, MD RC, MF RE, MH RG, MK TI, MM TL, PP SO, PU SH, PW SV
De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is, dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.

Afbeelding 6; 40 Rupiah, 23 augustus 1948
75 Rupiah, 23 augustus 1948
(KUKI H210, Pick
33A)
Het serienummer van dit biljet bestaat uit 5 of 6 cijfers en twee letters.
De codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:
De eerste biljetten (met 5 cijfers) hebben de letters “MM”. Vanaf nummer 48587 (of eerder, maar niet lager dan nummer 29603) wordt de tweede letter een “A”. Vervolgens loopt de eerste letter alfabetisch op van “M” naar “N”, vervolgens naar “P” etc., etc.
In lijn daarmee loopt de tweede
letter ook alfabetisch op
van “A” naar “B”, “C”, “D” etc., etc.
Hierdoor ontstaan de letter combinaties: MM, MA, NB, OC, PD, QE, RF, SG, TH, UI
Aangezien de cijfers in het serienummer alleen al uniek zijn, kan met zekerheid worden aangenomen dat er maximaal 199.999 biljetten zijn uitgegeven.

Afbeelding
7; 75 Rupiah, 23 augustus 1948
100 Rupiah,
23
augustus 1948 (KUKI H-211, Pick 34)
De geheime codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:
Het serienummer van dit biljet bestaat uit 6 cijfers en vier letters (twee keer twee). ; het eerste cijfer is altijd “0”.
Eerste letter:
Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er waren dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.
Uitgangspunt voor de codering is de omschrijving van de waarde van het biljet en het thema: SERATUS TEMBAKAUAN (Honderd Tabak)
Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: SERATUMBKN
Serienummerreeksen met eerste letter:
000001 – 009999 = S, 010000 – 019999 = E, 020000 – 029999 = R, 030000 – 039999 = A,
040000 – 049999 = T, 050000 – 059999 = U, 060000 – 069999 = M, 070000 – 079999 = B,
080000 – 089999 = K, 090000 – 099999 = N
Tweede en vierde letter:
De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is, dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.
Derde letter:
De derde letter heeft een vaste en unieke combinatie met de eerste letter, als volgt:
1ste letter 3de letter
S W
E
D
R
P
A
B, S
T
Y
U
X
M C, M, O
B U
K N
N G
Door de toepassing van bovenstaande methodiek kan met zekerheid worden aangenomen dat alleen al de cijfers in het serienummer uniek zijn en er dus maximaal 99.999 biljetten zijn uitgegeven.
400 Rupiah, 23 augustus 1948
(KUKI H-212, Pick
35)
Het serienummer van dit biljet
bestaat uit 6 cijfers en vier
letters (twee keer twee). Het eerste cijfer is altijd “0”.
De geheime codering in de letters van het serienummer zijn als volgt opgebouwd:
Eerste letter:
Er zijn 10 reeksen van 10.000 nummers uitgegeven. Elke reeks van 10.000 nummers heeft een unieke eerste letter. Er waren dus 10 verschillende unieke eerste letters nodig.
Uitgangspunt voor de codering is de omschrijving van de waarde van het biljet en het thema: AMPAT RATUS TEBUAN (Vier Honderd Suikerriet)
Wanneer uit deze letters vanaf het begin 10 letters worden genomen, waarbij de dubbele letters worden overgeslagen, zijn de 10 unieke letters: AMPTRUSEBN
Serienummerreeksen met eerste letter:
000001 – 009999 = A, 010000 – 019999 = M, 020000 – 029999 = P, 030000 – 039999 = T, 040000 – 049999 = R, 050000 – 059999 = U, 060000 – 069999 = S, 070000 – 079999 = E, 080000 – 089999 = B, 090000 – 099999 =N
Er zijn enkele authentieke biljetten
bekend binnen de reeks
090000 – 099999 met de letter M.
Tweede en vierde letter:
De tweede en vierde letter hebben een vaste relatie: De tweede letter is één letter verder in het alfabet dan de vierde letter. Wanneer de tweede letter een “A” is dan is de vierde letter een “Z”. Verder wordt de letter “J” overgeslagen – om verwarring te voorkomen – en dus de combinaties “JI” en “KJ” niet gebruikt. In plaats daarvan is de combinatie “KI” gebruikt.
Derde letter:
De derde letter heeft een vaste en unieke combinatie met de eerste letter, als volgt:
1ste letter 3de letter
A W
M F
P P
T B, S
R Y
U E**
S C
E L, U
B N, V, Z
N G
**
De letter ‘E’ komt voor op
een aantal authentieke biljetten dat onder bijzondere en primitieve
omstandigheden handmatig met een type-machine is voorzien van een
afwijkende
nummering (bijv. 055905 UL EK).
Door de toepassing van bovenstaande methodiek kan met zekerheid worden aangenomen dat alleen al de cijfers in het serienummer uniek zijn en er dus maximaal 99.999 biljetten zijn uitgegeven.
Van
dit type biljet komen grote
hoeveelheden vervalsingen voor. Veelal betreft dit de lettercombinaties
die
niet in de bovenstaande systematiek vallen zoals: BK NI, EK MD, MD FC, UL FS en UL NR

Afbeelding
8; 400 Rupiah, 23 augustus 1948 (vervalsing)
================
bronvermelding:
Collectplaza International
Auctions, catalogi van mei 2005,november 2005 en mei 2006
Java auction, catalogi van 2
oktober 2005 en 5 augustus 2006
Banknotes
and Coins from
Standard
Catalog of World Paper Money, general issues, seventh edition, volume
two by
Albert Pick (Pick)
Katalog
Uang Kertas
Political
Dimensions of the currency question 1945-1947 by Robert Cribb